Ontdek Antwerpen, Brugge, Gent en Kortrijk tijdens een historische bierwandeling met gids.

Het Oerverhaal van Bier - deel 6

Het Oerverhaal van Bier - deel 6

Veel microbiologen, antropologen en historici verdrinken zich graag in het populaire thema van de bedwelmende, verdovende en hallucinogene effecten van cannabis, paddenstoelen en kruiden (en specerijen) en leggen daarin liefst een rechtstreekse relatie met het ontstaan van alcohol (bier). Volgens hen stond alles in het teken van de zoektocht naar god (of goden) middels de hallucinerende of juist verdovende effecten die bepaalde middelen verschaffen bij verwerking in bier, 'in bier gezet' zoals men dat noemt.

Was het wel zo dat de mens van oudsher vooral interesse had in de verlichtende geestelijke (psychische) effecten en niet in de lichamelijke - inclusief de dorstlessende, voedzame en medicinale factoren - van bier? Of, en dat lijkt mij persoonlijk zeker niet onbelangrijk en nog aannemelijker, omdat men het over het algemeen gewoon lekker vond. Er zijn diverse zeer oude geschriften bekend waarin vooral de smaak van bier geroemd wordt.

Brouwster Kubaba, biergodin Ninkasi en haar vader Enki brouwden de smakelijkste bieren van de hele prehistorische wereld, zo werd gezegd en genoteerd. En is het ook niet zo dat wat je niet lekker vindt, ook liever niet drinkt? Hier durf ik tevens de kanttekening te plaatsen dat pas met de komst van betere brouwtechnieken hogere alcoholpercentages mogelijk werden en dat juist dan pas de effecten van alcohol werkelijk aantoonbaar aanwezig zijn. Wanneer dát plaatsvindt zijn we intussen al eeuwen verder.

Toegegeven, er was een drang naar het "vinden van het bovennatuurlijke" via voedingsstoffen en hallucinogenen. Die heeft de moderne mens nog steeds - meteen de reden waarom alcoholvrij bier nooit de "big hit" zal worden die de grote brouwerijen ons trachten voor te houden. Bij de zeer vroege primitieve bierbereiding moet er dus sprake zijn geweest van het zetten van roesopwekkende en/of psychotrope kruiden, planten en paddenstoelen in het bier, want de alcoholpercentages waren hoogstwaarschijnlijk redelijk laag zodat het aanwezige alcohol weinig effect sorteerde. Niettegenstaande houd ik het erop dat we evolutionair eerder de mensaap hebben gevolgd – met alle gezondheidsvoordelen incluis – dan de theorieën van de microbiologen en antropologen met enkel oog voor de psyche. Zorgt gezondheid van het lichaam immers niet voor de gezondheid van de geest?

Deel deze pagina: